Wim (65) belandde als dienst­plich­ti­ge bij De Punt: ‘Toen we wakker werden was alles al voorbij’

25 JAAR NA DE DIENSTPLICHT Wim van Leest (65) belandde als militair dienstplichtige in 1977 bij de Molukse gijzeling bij De Punt.

Wim van Leest: ,,Ik ben de jongste van 13 kinderen, 9 uiteindelijk, want vier overleden er net na of voor de geboorte. Maar omdat mijn twee oudere broers werden afgekeurd, kwam ik gewoon aan de beurt. Ik woonde in Moerdijk, waar ik ben geboren. Ik kwam van het atheneum, had geen zin om te gaan studeren en wilde eigenlijk wel in dienst. Dat was in juni 1976.

Daarvoor heb ik nog bij de douane gewerkt in de haven van Rotterdam. Ik kwam in de Botlek terecht. Na een maand was ik de gore lucht van dat havengebied beu, en heb ik die baan opgezegd. Niet lang daarna kreeg ik een oproep om me te melden voor de militaire keuring. Omdat Moerdijk destijds onder twee gemeenten viel, moest je in het Klundertse deel naar Breda voor de keuring, maar in het Zwaluwse deel naar Delft.

Militaire dienstplicht

Lees hier alle verhalen over de opschorting van de militaire dienstplicht, 25 jaar geleden, in ons dossier. 

Ik kwam in Den Bosch op de Koning Willem I Kazerne bij het 48ste Pantserinfanterie Bataljon. Vanuit Moerdijk redde ik het niet met het openbaar vervoer om ‘s ochtends op tijd op de kazerne te zijn voor het ochtendappèl. Dus zat ik al zondagavond zowat als enige in een vleugel van de kazerne, met verder met alleen de zoon van een diplomaat uit Brussel. 

De eerste vier maanden waren we regelmatig op oefening op de Vughtse Hei en in de Drunense Duinen. Daarna werden we geacht in staat te zijn om met pantserwagens de Russen tegen te houden op de Noord-Duitse Laagvlakte. Het waren de jaren 70, de Koude Oorlog was gaande. Na onze opleiding was het de bedoeling dat we op de Willem I stand-by bleven voor het geval dat de Russen echt zouden komen.

Overdag blowen, bier na het avondappèl

Dat hield in de praktijk in dat we de laatste 10 maanden van de diensttijd veelal wat rondhingen op de kazerne. Blowen kon je goed overdag doen, bier was voor na het avondappèl. In de manschappenkantine verkochten ze blikjes Grolsch. Bij bierblikjes van toen trok je het lipje er nog af. Daar maakten we lange slierten van die we voor de hoge ramen van de manschappenkamer hingen. Tegen de tijd dat we afzwaaiden hadden we een paar mooie ijzeren gordijnen bij elkaar gezopen. 

In die tijd werd trouwens overdag nog bier en sterke drank geschonken in de officiersmess. Bij het middagappèl waren er maar zat onderofficieren die naar drank roken en daar naar handelden.

Toen we de zogeheten parate hap werden, kregen we een nieuwe pelotonscommandant. Het was een kersvers luitenantje van de KMA, Peter van Uhm genaamd. Hij was net zo oud als wij en vroeg of hij met ons mee mocht voetballen ‘s avonds na diensttijd. Hij leek een beetje bleu, maar bezat al wel het vermogen om te enthousiasmeren en een groepsgevoel tot stand te brengen. Op een avond kwam hij onze kamer binnen voor een praatje. Ik had net een stickie gerold en legde dat vlug op de asbak. Een dienstmaat van me die even later binnenkwam, dacht dat het een gewoon sjekkie was, en stak het op. En rookte het het helemaal op toen hij merkte dat er hasj in zat. Van Uhm babbelde al die tijd gewoon door. Of hij wist niet wat hij rook, of hij liet dat niet merken.

Lees verder onder de foto 

Het 48ste Pantserinfanteriebataljon, met uiterst links pelotonscommandant Peter van Uhm en in het midden, achterste rij Wim van Leest.
Het 48ste Pantserinfanteriebataljon, met uiterst links pelotonscommandant Peter van Uhm en in het midden, achterste rij Wim van Leest. © Privéfoto

In het vroege voorjaar van 1977 waren we met het hele bataljon op oefening in de buurt van Paderborn in Duitsland. We reden in een lange colonne met onze pantservoertuigen, door DAF gebouwde YP’s met wielen, over Duitse wegen. Theo Janssen, een dienstmakker uit Breda, zat in een open Jeep, die tussen twee pantserwagens in reed. Die Jeep werd van achteren aangereden en botste hard tegen een YP. Theo overleed twee dagen later aan zijn verwondingen.

Dat hakte er behoorlijk in bij ons. Ik heb me meteen aangemeld toen ze om vrijwilligers vroegen om Theo’s kist te dragen tijdens de uitvaart in Breda. 

Treinkaping bij de Punt

Gewapende Zuid-Molukkers gijzelden van 23 mei tot 11 juni 1977 de inzittenden van een trein die onderweg was van Assen naar Groningen bij het Drentse dorp De Punt. Officieel kwamen twee gegijzelden en zes treinkapers om het leven bij de kaping en de bestorming die het einde betekende van drie bange weken. 

Bekijk hier een animatie van de situering en ontknoping van de treinkaping.    

Begin juni 1977 vertrokken we naar Drenthe om daar de omgeving van de door Molukkers gekaapte passagierstrein bij De Punt te bewaken. Helemaal onbekend waren de acties van de Molukkers niet, want twee jaar eerder was er al eens een trein gekaapt bij Wijster, en de Indonesische ambassade was al in 1970 bestormd. 

Er was een voor een aantal bataljons kampement opgetuigd. Op vrijdag hebben we overdag wacht gelopen op een weg op pakweg 1.500 meter van de trein. We hadden van onze officieren te horen gekregen dat er in het veld tussen de weg en de trein in mariniers zich hadden ingegraven. Die kropen ‘s nachts onder de trein om met afluisterapparatuur te lokaliseren waar passagiers en kapers zaten om zo bij een eventuele bevrijdingsactie gericht te werk te kunnen gaan.

Wim van Leest als dienstplichtig soldaat op de vrijdag voor de bevrijding van de gijzelaars in de trein bij de Punt.
Wim van Leest als dienstplichtig soldaat op de vrijdag voor de bevrijding van de gijzelaars in de trein bij de Punt. © Jan Oehlen

De bevrijdingsaanval kwam uiteindelijk ook, een dag later al vroeg in de ochtend, maar daar hebben wij niks van meegekregen. Starfighters vlogen over, de trein is doorzeefd en een groot deel van de gegijzelden kon worden bevrijd, maar wij lagen te slapen. Toen we wakker werden was alles al voorbij. 

Geen prettig klusje

In ons bataljon zat een aantal hospikken dat de slachtoffers heeft moeten afvoeren, en dat was niet zo’n prettig klusje. Toen we de week nadien weer terug waren op de kazerne gingen er al geruchten rond over Molukkers die zouden zijn geliquideerd tijdens de bevrijdingsactie.

Wij werden later die zaterdag naar het centrum gestuurd in Assen, omdat rekening werd gehouden met een Molukse bestorming van het beleidscentrum van waaruit de bevrijdingsactie was gecoördineerd. Op zondag zijn we aan het eind van de middag in onze YP’s weer vertrokken naar Den Bosch. Dat leverde bijzondere taferelen op. De mensen stonden rijen dik langs de weg om ons uit te zwaaien alsof we bevrijders waren. Veel inwoners van Assen kenden mensen die wekenlang in die trein hadden gezeten en waren gegijzeld.

Paspoort

Naam: Wim van Leest

Geboren: 20 december 1955 in Moerdijk

Woonplaats: Tilburg

Diensttijd: 1976-1977

Werk: redacteur bij Dagblad De Stem en later BN DeStem

In de jaren 70 was ik me niet zo bewust van hoe de Molukkers na hun aankomst in Nederland door de overheid zijn behandeld. Nadien ben ik er anders tegenaan gaan kijken. Mijn vrouw is Indisch en mijn schoonvader was voor de oorlog sergeant in het KNIL. Hij vertelde dat de Molukse manschappen met vrouw en kinderen op de kazerne woonden en dat ze bij die vrouwen vaak eten bestelden. 

Hij had tijdens de Japanse invasie op Java in de frontlinie gevochten, maar vertelde dat de Molukkers in het KNIL de échte soldaten waren. Als het KNIL zich tactisch terugtrok, bleven de Molukkers staan. Pas ‘s avonds kwamen ze terug naar de eigen linies letterlijk met een zak vol hoofden van gedode Japanners. Onverschrokken en trouw tot het uiterste. 

Onderknuppel

Nadat ik in september 1977 uit dienst kwam, ben ik als leerling-journalist begonnen bij De Stem. Daar heb ik vervolgens tot mijn pensioen gewerkt. Als dienstplichtig militair ben je een onderknuppel, een nummer. Maar toen ik als jong broekie op een van de Bredase kazernes kwam om een stukje te maken over een militair die een lintje kreeg, werd ik met ‘meneer’ en ‘u’ aangesproken.

In de zomer van 1979 kreeg ik een oproep voor een herhalingsoefening. Kort voordien had ik, uit het niets, op de redactie van de krant een epileptische aanval gehad. Ik werd met een ambulance afgevoerd naar het Ignatiusziekenhuis in Breda en kreeg medicijnen voorgeschreven. Toen ik me een paar weken later meldde voor de herhalingsoefening op de Cort Heyligerskazerne in Bergen op Zoom en ze daar hoorden dat ik medicatie had, werd ik direct weggestuurd. Een militaire arts in Delft keurde me vervolgens voorgoed af voor militaire dienst. 

Ik heb van mijn diensttijd wel wat opgestoken en meegenomen naar mijn latere leven. Wapenkennis bijvoorbeeld, maar die kwam niet echt meer van pas later. Wel kameraadschap, vriendschap. De sociale gedachte van het groepsverband. Later op de redactie van de krant zei ik wel eens als iemand zijn collega’s liet zakken of als ie afspraken niet na kwam: jij bent zeker niet in dienst geweest?”

Bron : https://www.bndestem.nl/moerdijk/wim-65-belandde-als-dienstplichtige-bij-de-punt-toen-we-wakker-werden-was-alles-al-voorbij~a57f1358/

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *