Rondetafelgesprek Tweede Kamer met Molukse en Indische organisaties: ‘Dit onderzoek is een deel van de discussies die al jarenlang in en rond onze gemeenschappen plaatsvinden’

Op maandag 30 mei jl. hield de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken het vierde deel van het rondetafelgesprek over de uitkomsten van het onderzoeksprogramma ‘Dekolonisatie, onafhankelijkheid, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950’. De sprekers vanuit Molukse kant waren o.a. genodigden als Rocky Tuhuteru, directeur Stichting Pelita en politica Grace Tanamal, vertegenwoordiger van de Landelijke Stichting Molukse Ouderen en Moluks Historisch Museum.

Het Debat begon onprettig toen Jeffry Pondaag, voorzitter van het Comité Nederlandse Ereschulden langdurig beledigend uithaalde naar de ‘Ambonezen en KNIL’, dat werd niet geaccepteerd door zowel Molukse vertegenwoordigers als voorzitter Raymond de Roon.

“U beledigd mensen die hier aan tafel zitten, dat vind ik niet prettig. We gaan het hierbij laten”, zo kapte de voorzitter hem af.

Rocky Tuhuteru: Dit is absoluut onaanvaardbaar dat één van mijn tafelgenoten, de andere tafelgenoten op deze wijze heeft gediskwalificeerd. De grote woorden waar u zojuist over sprak dat vind ik niet acceptabel.

“Het is een super complex onderwerp wat heel gevoelig ligt bij ontzettend veel mensen, dat is ook best een opgave voor ons als Kamerleden om daar recht aan te doen”, zei Corinne Ellemeet, van de politieke partij GroenLinks. “Het is belangrijk om het gesprek respectvol te blijven voeren hoe moeilijk dat soms ook is.”

De Nederlandse politica had een vraag voor voorzitter Rocky Tuhuteru van Stichting Pelita: “Kijk wij hebben straks het debat met minister-president en minister van Buitenlandse Zaken. Geen enkel onderzoek kan compleet zijn, maar het is ontzettend belangrijk om de juiste vragen aan hen te stellen. Welke vraag zou u belangrijk vinden, dat die gesteld wordt?”

Rocky Tuhuteru: “Dat er voldoende oog is voor de noden, niet alleen van de eerste generatie want die is inmiddels er bijna niet meer. Maar zeker van de tweede en derde generatie als gevolg van de dekolonisatie van Indonesië. En dat gaat verder dan alleen de brisante periode 1945 tot 1950.” Tuhuteru benadrukte dat hij kleinzoon is van Molukse KNIL-militairen. “Ik spreek als kleinzoon van twee Molukse, geen Amboneze, maar Molukse KNIL-militairen.”

Grace Tanamal zat namens het LSMO en MHM aan tafel: “Ik zit hier niet als vertegenwoordiger, je kunt gewoon niet de hele Molukse gemeenschap vertegenwoordigen, daar denken mensen gewoon te verschillend over”, zei de politica. “Bij die maatschappelijke klankbordgroep waren geen Molukse organisaties uitgenodigd, waarom is voor mij nog steeds een raadsel, alleen Indische organisaties waren uitgenodigd. Dankzij de steun van de voorzitter van het IP kon ik toch deelnemen”, zo benadrukt ze. “De conclusies van de onderzoeken zijn pijnlijk. Het onderzoek is vooral gericht op het Nederlandse geweld en dat roept wrevel op omdat het eenzijdig is.”

Tanamal vraagt zich net als Leo Reawaruw, ook één van de Molukse genodigden af, waar 1950 is gebleven. “Ik heb het onderzoeksrapport bij me, er staat toch echt op 1945-1950. Dus waar is 1950, waar inderdaad dus heel veel is besproken in het parlement hier. Wat er vooraf ging aan de hele demobilisatie-proces van de Molukse militairen had meegenomen moeten worden in het onderzoek.”

Over wat ze aan Rutte zou willen meegeven zei ze: “Waar het natuurlijk om gaat is dat het politiek is. Dat wordt totaal onderbelicht. Alleen maar wat er niet goed ging en wat ze fout deden nou verzin het allemaal maar. Politiek daar ging het om. Dat is waarom wij hier zijn en waarover gesproken had moeten worden. Daar heeft nooit iemand het meer over.”

Het debat met de minister-president van Nederland en de minister van Buitenlandse Zaken zal ergens rond de zomer plaatsvinden, aldus Agnes Mulder van de CDA.

Debat gemist? HIER kunt u het terugkijken.

Beeld: Tweede Kamer/ Debat Gemist (screenshot)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.