‘Ik wilde een tattoo op de plek waar mijn tumor zit’

Dit ben ik Iedereen heeft verschillende identiteiten. Hoe worden we wie we zijn? Matthew Luhukay (40) is tatoeëerder. In een afkickkliniek ontdekte hij hoeveel invloed het verlies van zijn zus had gehad.

„Bij tattooshops denken veel mensen aan mannen met baarden en muziek van ZZ Top op de achtergrond. Nee. Bij ons is iedereen welkom en wordt iedereen netjes behandeld. We waren met zijn drieën toen ik de shop in Apeldoorn begon, er werken nu negen man. En nog is de vraag groter dan het aanbod.

WIE IS

Matthew Luhukay (40) , zoon van een „oude hippie”, heeft sinds vijf jaar een tattooshop in Apeldoorn. Zijn eerste tattoo zette hij op zijn twaalfde – bij zichzelf. Een L op zijn been, van Luhukay.

„Ik ben christelijk opgevoed. Mijn vader preekte bij de Pinkstergemeente in Vaassen. Ik had twee oudere zussen, een warm nestje. Ik was ook veel in de Molukse wijk bij de familie van mijn vader. Maar ik deed altijd alles alleen. Iedereen hield van voetbal, ik ging skaten. Voor mijn gevoel was ik bij de Molukkers geen Molukker omdat ik een halfbloed ben, bij Nederlanders geen Nederlander omdat ik halfbloed ben. Ik vond het leuk om als een einzelgänger overal tussendoor te gaan.

„Op mijn veertiende overleed een van mijn zussen. Plotseling, door een hersenbloeding. Ik was heel goed met haar. Ze was rebels, ik zocht zelf ook graag de grenzen op. Het doet veel met je, maar je weet als jongetje van veertien niet hoe je het moet uiten. Mijn ouders waren verdrietig, mijn andere zus had net een relatie, ik ben gaan feesten. Met pilletjes. Die brachten me in een euforie, zodat ik niet aan mijn sores hoefde te denken.

„Mijn mbo-opleiding maakte ik niet af. Ik ben gewoon gestopt en met mijn studenten-ov heel Nederland door gaan reizen. Met de boterhammen in mijn tas die ’s ochtends voor me waren gesmeerd. Mijn ouders kwam er pas maanden later achter, door een telefoontje van school. Ze waren echt boos. Dan heb je weer even een reality check, maar ik was het zo weer vergeten.

Foto Dieuwertje Bravenboer

„Feesten en drugs, jarenlang was dat mijn leven. Ik nam xtc, speed, mdma, ketamine, ghb, angel dust, alles. Af en toe draaide ik ergens als dj, ik drumde. Ik raakte een beetje op het foute pad. Gezeten heb ik nooit. Mijn ouders hadden al een dochter verloren, ze mochten geen telefoontje krijgen van de politie dat ik was opgepakt, of dood. Ik kijk er niet met trots op terug. Maar ik moet eerlijk zeggen: ik heb wel genoten van die tijd. Ik had nergens angst voor omdat de drugs het overnamen.

‘Op mijn 27ste begon een nieuwe, rare periode. Ik kwam erachter dat er een tumor in mijn hoofd zit. Goedaardig, maar op een verkeerde plek. Als hij zou gaan groeien zou het afgelopen zijn. Hij is eenmalig bestraald, drie kwartier tot een uur, zodat er littekenweefsel omheen kwam. Je krijgt een kooitje op je hoofd geschroefd en ligt vastgebonden op een tafel omdat je geen millimeter mag bewegen. Na anderhalf jaar was de tumor gestopt met groeien. Ik hoef nog maar eens in de vijf jaar op controle. Door de tumor ben ik doof aan mijn linkeroor en heb ik een evenwichtsstoornis. Ik heb ook een piep en suis in mijn oor omdat er een zenuw beschadigd is. Maar daar kan ik goed mee omgaan.

„De tumor maakte dat ik dacht: het is tijd om te stoppen met drugs. Ik besloot me te gaan richten op tatoeëren. Tekenen deed ik al mijn hele leven. Daar word ik rustig van. Ik heb het geleerd van mijn vader, die tekende voor zijn plezier. Hij maakte vooral letters, op spandoeken voor bedrijven. Mijn vader was een oude hippie, hij had getatoeëerde puntjes op zijn hand en een zwaard. Op mijn twaalfde heb ik stiekem mijn eerste tattoo gezet bij mezelf. Ik pakte naald en garen uit de naaidoos van mijn moeder, sterilon om te ontsmetten en zette een L op mijn been, van Luhukay. Buurjongens wilden ook een tattoo. Op mijn zestiende heb ik een tattoomachientje van iemand afgepakt. Dat gebruikte ik om geld te verdienen.

„Ik werd vader, ik kreeg een zoontje. De relatie met zijn moeder liep stuk. Ik was gaan gokken en dat ging van kwaad tot erger. Zozeer dat ik naar een afkickkliniek in Zuid-Afrika ben gegaan. Ik had alles opgegokt, tot en met de spaarrekening van mijn zoontje, toen twee. Ik dacht: zo’n vader wil ik niet zijn. Mijn ouders konden me financieel steunen. In Zuid-Afrika heb ik twee maanden een soort brainwash gehad. En traumatherapie. Ik wist niet dat ik met een probleem zat door het overlijden van mijn zus. Ik stond al jaren in de survivalstand. Mijn reflex was: omdraaien en weglopen. Ik merkte dat rust fijn was. Dat het goed is om dingen te verwerken.

„Mijn zoon is nu tien. Sinds zeven jaar heb ik een vriendin. Sinds vijf jaar heb ik de tattooshop. In 2018 werd ik tweede bij het tv-programma Ink Master, waarin tien tatoeëerders uit de Benelux tegen elkaar strijden. Ik doe alleen nog grote tattoos, zodat ik één klant per dag heb. De laatste tijd zeg ik tegen klanten: tussendoor kunnen we praten, tijdens het werk wil ik mijn focus helemaal op de tattoo. Dan kan ik me lekker afsluiten, in mezelf keren. Ik ben een allround tatoeëerder, ik doe bijna alle stijlen. Ik wil ernaartoe dat ik alleen nog mijn eigen stijl doe, daar geniet ik meer van. Dat ik mijn tekeningen maak zoals ik wil, en mensen naar me toe komen voor wat ik maak.

„Ik wilde een tattoo ter herinnering aan mijn tumor, op de plaats waar hij zit. Eerst dacht ik aan kruisjes of schroeven maar dan lijk je zo’n Frankenstein-freak. Het is een zwaardje geworden. Dat hoort bij ‘strijd’, mijn zoon is bezig met zwaarden en mijn zaak heet Black Sword Tattoo Shop. Pas achteraf bleek dat al mijn ooms ook ergens een zwaardje hebben.”

Aanmeldingen: ditbenik@nrc.nl

Bron : https://www.nrc.nl/nieuws/2022/09/16/ik-wilde-een-tattoo-op-de-plek-waar-mijn-tumor-zit-a4142111

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *