Franklin Julius Pentury, ter herinnering 1946-2013

Middelburger Frank Pentury was in 1970 het brein achter de bezetting van de Indonesische ambassadeurswoning in Wassenaar. Ter herinnering aan de vorig jaar overleden Molukse activist stelden zijn broer Jim en drie neven een boek over hem samen.

Eerbetoon aan een Molukse vrijheidsstrijder

n de zomer van 1970 is hij even wereldnieuws. Franklin Julius Pentury (1946-2013) uit Middelburg blijkt de bedenker en één van de bezetters van de residentiewoning van de Indonesische ambassadeur in Wassenaar. Franklin Julius, Frank of Franky voor familie en vrienden, is dan 23 jaar en rechtenstudent. Hij heeft zich binnen de Molukse jongerengemeenschap van die tijd ontwikkeld tot de ‘filosoof’, de man die de strijd voor een onafhankelijke Molukse staat theoretisch kan onderbouwen. ‘Het Molukse volk zal lijden, maar het zal overwinnen’, is het devies dat hij onder zijn revolutionaire pamflet schrijft.

Frank is één van de 33 Molukkers die de woning op 31 augustus 1970 bezetten. Bij die actie komt één agent, die de woning bewaakt, om het leven. De Middelburgse student krijgt anderhalf jaar gevangenisstraf opgelegd. Na zijn vrijlating dooft het revolutionaire vuur snel. Hij gaat in Amsterdam wonen, zijn studie maakt hij niet af, hij vindt geen vaste baan.

Aanvankelijk onderhoudt hij nog wel contacten met de familie in Zeeland. Maar de latere jaren zondert hij zich meer en meer af. Op 25 juni 2013 krijgt de familie het bericht: Franklin Julius Pentury is overleden. Zijn tien jaar jongere broer Jim Pentury (1956) is op dat moment op Ambon. Hij is daar actief voor de Stichting Mobilae Maluku Foundation, die zich inzet voor de oprichting van een voetbalschool op de Molukken. Jim: ,,Ik was in Ambon-stad en kreeg te horen dat mijn oudste broer was overleden. Dat heeft me enorm aangegrepen, ja, ik had het er erg moeilijk mee. Na de uitvaartdienst en de begrafenis had ik heel sterk het gevoel: er moet wat gebeuren, hij mag niet in de anonimiteit heengaan.’’

In eerste instantie dacht Jim aan de uitgave van het pamflet, dat zijn broer in 1970 over de Molukse vrijheidsstrijd schreef. Maar daarmee zou vooral het gedachtegoed en niet de man zelf voor het voetlicht komen. Daarom nam Jim het initiatief voor een boek, waarin mensen ‘van toen en nu’ hun verhaal over de overleden revolutionair vertellen. Hij vond zijn zoon Eldridge (1973) en neven Joram Lawalata (1979) en Alfaro Pentury (1987) – mannen van de derde generatie Molukkers – bereid om Rudy de Queljoe, Sam Pormes en andere betrokkenen te interviewen.

De levensloop van Frank Pentury ziet er in aanloop naar de Wassenaar-actie niet opvallend anders uit dan van leeftijdgenoten. Hij wordt op Sumatra geboren, waar zijn vader Thomas Pentury predikant en sergeant is in het KNIL – het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger. In 1951 verhuist het gezin ‘op dienstbevel’ naar Nederland en komt eerst in Koudekerke terecht, daarna in Aardenburg. Zijn zus Evi herinnert zich dat Frank op Friese doorlopers op de sloten rond het kamp schaatste. In 1959 verhuist het gezin naar het kamp Nadorst in Middelburg. Daar haalt de jonge Pentury zijn diploma hbs-b. Vader Thomas is trots. Net voor zijn zoon in 1965 medicijnen gaat studeren in Utrecht, overlijdt hij. Frank verwerkt dat verlies in stilte. Na een jaar Utrecht besluit hij rechten te gaan studeren in Groningen.

In de weekends blijft hij thuiskomen, waar zijn acht jongere broers en zussen hem als een strenge broer ervaren. Bung Frank noemen ze hem, de benaming voor oudere broer in Molukse gezinnen. ,,Hij houdt van regels en discipline en hecht aan orde en netheid’’, schrijven de samenstellers in hun boek. Dat bung Frank revolutionaire ideeën ontwikkelt over het ideaal van een Vrije Republiek der Zuid-Molukken (RMS), wordt nu en dan duidelijk. Jim herinnert zich dat hij als jongetje een Amerikaanse vlag op zijn slaapkamer had gehangen. Die moest hij van zijn broer verwijderen. In zijn kakikleding gaat Frank qua uiterlijk steeds meer lijken op de Argentijnse revolutionair Ché Guevara. Jim vertelt in het boek: ,,Frank kwam op een gegeven moment in het weekend thuis met een baret op zijn hoofd. Net als Ché Guevara. Hij gaf me de opdracht een poster van Guevara tegen het raam te hangen. Ik vroeg eerst of hij wilde uitleggen wie Ché Guevara was en heb het vervolgens gedaan.’’

Het zijn de jaren dat een grote groep Molukse jongeren in Nederland radicaliseert. De brandstichting in de Indonesische ambassade in Den Haag in 1966 is het begin van een reeks gewelddadige acties. De bezetting van de Indonesische ambassadeurswoning in 1970, waar Frank Pentury een hoofdrol speelt, is het tweede hoofdstuk in het actieverhaal. In 1975 volgt de treinkaping bij Wijster, in 1977 de treinkaping bij De Punt en gelijktijdig de gijzeling van een lagere school in Bovensmilde. In 1978 is de gijzeling in het provinciehuis van Assen de laatste gewelddadige actie. Bij vrijwel alle gijzelingen en kapingen vallen dodelijke slachtoffers.

De acties liggen tot op de dag van vandaag gevoelig, zoals dit jaar bleek uit het omstreden rapport over het militaire optreden bij de beëindiging van de kaping bij De Punt. Dat de naam Frank Pentury prominent in deze geschiedenis van de Molukse radicalisering thuishoort, is voor de samenstellers van het boek reden om hem uitdrukkelijk niet als een ‘held’ neer te zetten. Ze begrijpen dat dat bij een Nederlands publiek gevoelig ligt. Jim werkt op de reproductiekamer van de Hogeschool Zeeland. Als hij terugblikt zegt hij: ,,Ik zie in Frank vooral de man met de ideeën en revolutionaire opvattingen. Hij was zijn tijd ver vooruit. Zelf streefde hij nooit naar een heldenstatus. Toen de Rode Jeugd in Gouda hem ooit vroeg een foto van hemzelf te sturen voor een poster, weigerde hij. Ik sta honderd procent achter de actie zoals die toen in Wassenaar is uitgevoerd. Het is jammer dat de ontwikkeling van de linkse beweging daarna is gestopt.’’

Zijn zoon Eldridge werkt op de internetredactie van de PZC. Die zegt over zijn oom Frank: ,,Voor mij is hij een bijzondere man en een bijzondere oom. Door dit boek ben ik veel meer over hem en zijn plaats in de geschiedenis te weten gekomen. Die kennis wil ik doorgeven aan mijn dochter en drie zoons. In 2008 was ik met voetbalclub Jong Ambon uitgenodigd in de ambassadeurswoning in Den Haag. Ik heb daar toen in de tuin gestaan en dacht: wat is er toen in het hoofd van mijn oom omgegaan? Bovendien, met dit boek laten we zien dat de familie Pentury behalve met voetbal ook met dit stukje geschiedenis te maken heeft.’’

Neef Joram Lawalata – zijn moeder is een zus van Jim Pentury – heeft rechten gestudeerd. Hij vertelt: ,,De foto met de vuist omhoog heb ik als poster op mijn kamer hangen. Nu weet ik door het boek de achtergronden. Die actie maakt deel uit van ons Molukse verleden. Niet om te verheerlijken, maar om niet te vergeten. Ik heb in mijn opvoeding Molukse waarden en normen meegekregen. Daarom ben ik meer gesloten dan de meeste Nederlanders, die veel sneller zeggen wat ze denken. Noem mij maar een geïntegreerde Molukker, geboren in Nederland met veel Molukse invloeden.’’

Jim Pentury heeft het ideaal van een vrije Molukse Republiek lang gekoesterd. Dat doet hij nog steeds. ,,Alleen’’, zegt hij, ,,heb ik mijn koers sinds de oorlog op Ambon in de jaren 1999 – 2000 verlegd. Moslims stonden toen tegenover christenen. Mijn idee is nu veel meer dat er over de verwezenlijking van het ideaal van de RMS op de Molukken moet worden beslist, en niet in Nederland. Met de voetbalschool, waaraan ik in nauwe samenwerking met de KNVB al zes jaar werk, hoop ik daar aan een betere samenleving op Ambon mee te bouwen. Nelson Mandela zei dat sport gemeenschappen verwezenlijkt. Daar is mijn hoop op gevestigd.’’

Franklin Julius Pentury, ter herinnering 1946-2013 – Eigen uitgave, samenstelling Jim Pentury, Eldridge Pentury, Joram Lawalata, Alfaro Pentury; 56 pagina’s, via e-mail te bestellen: boek.fjpentury@gmail.com

Pamflettekst van Frank Pentury, eind jaren zestig

Thans doemt echter die verschrikkelijke vraag voor ons op: ‘wat kan het Molukse volk in dit neokolonialistische en kapitalistische Nederland doen voor de bevrijding van de Molukken van die andere kolonialistische en moordzuchtige mogendheid, welke Indonesië heet? Op deze lugubere vraag moeten wij eerlijkheidshalve een even luguber antwoord geven, namelijk niets, absoluut niets! Tenzij het Molukse volk zich ontdoet van zijn zogeheten leiders en aanverwante volksmenners en zich niet langer laat bedonderen en bedriegen door dit stel marionetten van de door en door imperialistische en racistische monsters, welke deze aardbol tot een hel maken. Men vergisse zich niet: onze zogeheten politici en herders zijn opgegroeid en opgevoed in een periode waarin hen onophoudelijk en op uiterst subtiele wijze werd ingepompt, dat de westerse blanke samenleving superieur moest worden geacht aan alle overige beschavingen. Van deze leidsmannen en verkondigers van Gods Woord werd verlangd dat zij zich zouden conformeren en wel zonder enige vorm van verzet, aan de eisen, die door deze imperialistische, christelijke beschaving werden gesteld. Hetgeen zij prompt deden. Van arme mensen werd geëist dat zij de Molukse cultuur – een inlandse, dus inferieure cultuur – onvoorwaardelijk moesten verloochenen en zich die o zo verfijnde cultuur hunner meesters eigen moesten maken. Doel van deze mensonterende praktijken: het scheppen van een Molukse bourgeoisie, teneinde het Molukse volk op meer efficiënte wijze te misbruiken.

Bron : pzc.nl – door Jan van Damme

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *